Op de NICU voelt elk alarm alsof het over je eigen kind kan gaan.
Ido Shenhav, Software Engineer, itemedical

Voor Ido Shenhav kreeg zorgtechnologie een andere betekenis toen zijn zoon Wesley na 27 weken zwangerschap veel te vroeg werd geboren. Waar zijn dagelijkse werk draait om systemen, data en functionaliteit, ervaarde hij als ouder ineens de persoonlijke realiteit achter die technologie.
Technologie stond niet langer op afstand, maar werd onderdeel van zijn ouderervaring: zichtbaar, hoorbaar en continu aanwezig. Ido kende het belang van een rustige zorgomgeving al vanuit zijn werk als softwareontwikkelaar bij itemedical. Maar de opname van Wesley op de NICU maakte dat belang persoonlijk. Niet als technisch uitgangspunt, maar als ervaring van een ouder naast de couveuse van zijn kind.
Wanneer elk alarm dichtbij komt
Vanaf het eerste moment op de NICU kwamen er veel prikkels op Ido en zijn vrouw Lindsay af. Meerdere couveuses stonden samen op één zaal, gescheiden door gordijnen. Ook andere ouders zaten naast hun kind. Overal klonken geluiden: gesprekken, apparatuur en vooral alarmen. Elk alarm trok de aandacht en voelde alsof het direct over Wesley kon gaan.
Zorgpersoneel legde uit wat de verschillende alarmen betekenden. Toch bleef de ervaring overweldigend. Een medium alarm dat enkele minuten bleef afgaan zonder dat iemand direct ingreep, zorgde voor spanning en onzekerheid. Wat klinisch gezien misschien niet urgent was, voelde voor hen als ouders allesbehalve geruststellend.
Dan zit je daar als ouder, heel erg gespannen, met zo’n alarm dat afgaat voor je kind.

In de eerste dagen reageerden Ido en Lindsay op vrijwel elk alarm met verhoogde alertheid. Na verloop van tijd trad gewenning op. Alarmen klonken nog steeds, maar verloren geleidelijk hun directe impact.
Die gewenning bracht een dubbel gevoel met zich mee. Ido herkende daarin het effect van alarmmoeheid: wanneer alarmen vaak terugkomen, vervaagt het onderscheid tussen belangrijk en minder belangrijk. Dat effect raakt niet alleen zorgprofessionals, maar ook ouders.
Rust om ouder te zijn
De impact van alarmen werd vooral duidelijk tijdens momenten die juist om rust vragen. Zoals bij het buidelen: huid-op-huidcontact tussen ouder en kind, nabijheid en aandacht voor elkaar.
Juist op die momenten verstoorden alarmen – vaak van andere patiënten op dezelfde zaal – de rust. Niet omdat de zorg tekortschoot, maar omdat de omgeving voortdurend aanwezig was. Voor Ido en zijn vrouw werd duidelijk hoe groot de invloed van die omgeving is. Niet alleen de medische toestand van je kind bepaalt hoe je een opname ervaart. Ook geluid, prikkels, privacy en de mate van controle bepalen hoeveel ruimte je voelt om ouder te zijn.
Toen Wesley later naar een ziekenhuis met een eenpersoonskamer ging, merkten Ido en Lindsay direct verschil. De kamer gaf meer privacy en rust. Ze konden continu bij hun kind zijn en er blijven slapen. Ze hoorden geen geluiden meer van andere patiënten, maar alleen wat betrekking had op hun eigen zoon.
De focus verschoof van overleven in een drukke zorgomgeving naar echt aanwezig zijn als ouder. Wesley groeide goed en ontwikkelde zich verder in die periode. Het verschil in beleving was voor zijn ouders duidelijk merkbaar.
Niet minder meten, maar gerichter alarmeren
De ervaring gaf Ido een nieuw perspectief op datagedreven zorg en medisch alarmmanagement. Veiligheid blijft altijd de basis. Tegelijkertijd voelt hij nu sterker wat elk individueel alarm doet met ouders aan het bed.
Veel alarmen zijn kortdurend of niet klinisch relevant. Een sensor zit even niet goed. Een kind beweegt. Een waarde zakt kort en herstelt vanzelf. Maar vanuit ouderperspectief maakt de oorzaak op dat moment weinig uit. Het geluid is er al. En daarmee ook de spanning.
De oplossing ligt daarom niet in minder meten, maar in slimmer omgaan met wat echt aandacht vraagt. Op een zaal horen ouders ook de alarmen van andere patiënten. In een eigen kamer ontstaat meer rust doordat die geluiden wegvallen en vooral de signalen rond je eigen kind overblijven. “Dat lijkt mij echt een heel grote winst: als je alleen de alarmen van jouw kind hoort”, zegt Ido. Belangrijke alarmen moeten natuurlijk bij zorgprofessionals terechtkomen. Door alarmen zorgvuldig te filteren, vertragen of prioriteren, blijft de zorg op de hoogte en ervaren ouders minder onnodige prikkels.
Medisch alarmmanagement met aandacht

Ido’s ervaring laat zien dat medisch alarmmanagement verder gaat dan technologie. Het raakt aan veiligheid, rust, vertrouwen, maar ook aan iets menselijks: de ruimte om dicht bij je kind te zijn.
Voor ouders op de NICU, en andere kinderafdelingen, zorgt elk alarm voor spanning. Slimme alarmverwerking helpt om beter onderscheid te maken: welke signalen vragen echt aandacht, welke kun je veilig filteren of vertragen en welke horen bij jouw kind?
En wat voor Ido op zijn wensenlijstje staat? Meer patiëntgerichte feedback. Bijvoorbeeld door zichtbaar te maken wanneer een oproep gezien is, ook als een zorgmedewerker nog niet direct langskomt. Zo’n terugkoppeling vermindert onzekerheid.
Voor Ido slaagt zorgtechnologie wanneer zij veilige zorg ondersteunt én blijft verbeteren.
Een ervaring die verder reikt
Ido en Lindsay geven hun ervaring ook op andere manieren betekenis. Zij deelden hun verhaal met geneeskundestudenten en blijven via een ouderklankbord betrokken bij het ziekenhuis. Hun boodschap blijft dezelfde: achter elke monitorwaarde zit een kind, met ouders die elk signaal intens beleven.
Juist daarom draagt goed medisch alarmmanagement bij aan minder onnodige prikkels, meer rust rondom het kind en meer ruimte voor wat in zo’n kwetsbare periode telt: verbondenheid, vertrouwen en zorg voor elkaar.